Inleiding

Reeds eeuwen bepaalt ze de skyline van Antwerpen. Gebouwd als toonbeeld van burgerlijke en kerkelijke macht en uitgegroeid tot toeristische trekpleister: de Onze-Lieve-Vrouwetoren van Antwerpen.

Iedereen kent de kathedraal en haar toren, maar weinigen kennen de functies die de toren gedurende de geschiedenis heeft gehad. Vele eeuwen lang was de kathedraaltoren met haar beiaard, klokken, uurwerken, vlaggen en trompetter de voornaamste manier van communiceren tussen stad en kerk enerzijds en de Antwerpenaren anderzijds.

Met deze ‘In de Kijker’ tracht ik u een dieper inzicht te geven in de non-verbale communicatie die uitging en nog steeds uitgaat vanuit de toren.

Top

Geschiedenis

In 1352 is men begonnen aan wat één van de grootste bouwwerken in Europa zou worden tijdens die periode : de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Antwerpen. Pas 169 jaar later was ze klaar. Als een vinger wijst de toren 123 meter de hoogte in.

Een meesterwerk van menselijk kunnen maar de tweede toren is nooit afgewerkt. Keizer Karel plande om van deze kerk de grootste ter wereld te maken. Het geld dat hij hiervoor gaf moest echter gebruikt worden om de schade aan het interieur te herstellen na een felle brand. De plannen voor het grote werk werden opgeborgen en de werken werden stilgelegd. Op dat moment waren de fundamenten voor de grote kerk al gelegd en stonden er al gebouwen rond. Vandaar dat de kathedraal nu een tuin heeft, dit is de oppervlakte die de uitbreiding van het koor zou hebben.
101 jaar bouwde men aan de noordertoren, de stadstoren van Antwerpen, het belfort. Gedurende de bouw zijn er maar liefst 6 bouwmeesters geweest, waarvan er tot op heden nog altijd één onbekend is.

Het gebouw is in gotische stijl, en door de lange duur van de werken zijn er drie verschillende tijdperken van de gotische spitsbogenstijl waar te nemen. Namelijk de spitsvormige gotiek aan de basis, de stralende tot aan het uurwerk en de vlammende tot aan de tweede gaanderij. En volgens stadsarchitect Van Averbeke mag de bekroning van de torenspits ook nog tot de vlammende gotiek gerekend worden, hoewel zekere motieven en schikkingen al een overgang naar de renaissance aanduiden.

Maar niet alleen in bouwstijl is er een evolutie te herkennen, ook in de mate van oog voor detail en afwerking is er positieve evolutie naar boven toe. In de eerste verdieping zijn maar enkele zeer kleine raampjes te vinden. De bouwmeesters zijn nog voorzichtig en durven geen grote ruimtes te laten in de muren. In de tweede verdieping zijn er al schijnramen terug te vinden. De muren lopen wel door maar zijn een stukje weggezonken naar de achtergrond om plaats te maken voor een strak en log stenen roosterwerk. Op de derde verdieping wordt dit roosterwerk al wat luchtiger en fijner afgewerkt. Hoe hoger men opklimt hoe meer de bouwheren er vertrouwen in hebben dat de toren zal blijven staan en hoe meer open ruimtes en versieringen men terugvindt.

Tijdens de Franse revolutie werd de kathedraal met haar torens verbeurd verklaard. Napoleon wilde ze zelfs laten afbreken. Dankzij de stadsarchitect Jan Blom is dit gelukkig niet gebeurd. Na de Franse revolutie, toen kerk en staat strikt gescheiden werden, werd de noordertoren toegewezen aan de stad Antwerpen. De kleinere zuidertoren werd eigendom van de provincie Antwerpen. De kathedraal zelf is eigendom van de staat en de provincie, maar de inboedel en het gebruiksrecht horen toe aan de kerkfabriek.

Top

De trompetter

Reeds tijdens de bouw werd de toren gebruikt als communicatiemiddel met de stedelingen. Een torenwachter moest altijd aanwezig zijn om de stadspoorten te bewaken en eventueel aanrukkende troepen op tijd op te merken. Bij alarm blies hij op de hoorn. Deze werd later vervangen door de trompet. Onze uitdrukking “Hoog van de toren blazen” is hier nog steeds een restant van. Een trompet is een militair instrument en dus bekleedde de trompetter een paramilitaire functie. Bij elk nieuw bestuur werd ook een nieuwe trompetter aangesteld die duidelijk dezelfde politieke strekking moest hebben.

Op een gravure van 1515, waarbij de toren nog lang niet af is, ziet men toch de trompetter reeds in functie. Dit is de enige gekende gravure waarop een trompetter is afgebeeld.
Tijdens de bouw bracht men daarom ook regelmatig kantelen aan, waarop de torenwachter kon patrouilleren. Omdat er aan de toren niet continu gewerkt werd, werd er soms een voorlopig dak gebouwd. Wel voorzag men steeds dat de torenwachter zijn werk kon blijven doen. Als de bouw verder ging, metste men de kantelen gewoon dicht. Daarom zijn ze ook enkel aan de binnenkant van de toren te zien.

Tot de 15de eeuw werd ook bij brand de trompet geblazen. Aangezien dit voor verwarring zorgde, besliste het stadsbestuur om bij brandalarm enkel nog de stormklok te luiden.
De taak van de torenwachter/ trompetter werd er daarom niet gemakkelijker op. Alvorens de klok te mogen luiden voor brand, moest hij eerst toelating vragen bij de dichts bijgelegen politiedienst. Dat was op het stadhuis. Dus liep onze torenwachter 515 trappen naar beneden en naar het stadhuis. Natuurlijk kreeg hij de toelating, maar aangezien de stormklok Gabriël meer dan 6 ton woog, kon hij die onmogelijk alleen luiden. Daarom begaf hij zich snel naar de Vlaaikensgang, een zijstraatje van de Oude Koornmarkt, waar hij 15 hulpklokkenluiders ronselde. Dit hield soms nogal wat onderhandelen in. De torenwachter werd immers extra betaald voor het luiden van de klokken. Hij hield daarvan liefst zoveel mogelijk zelf, want hij moest de hulpklokkenluiders uitbetalen. Die wilden op hun beurt liefst zo goed mogelijk betaald worden, met alle gevolgen vandien. Uiteindelijk vertrokken dan toch 16 mannen terug naar de toren om de stormklok te luiden. De touwen hingen over 4 verdiepingen. Men moest per 4 aan
het zelfde touw trekken, goed samenwerken om de zware klok te luiden. Bij het luiden moesten alle beschikbare mannen dan onmiddellijk verzamelen op de Grote Markt om mee te gaan blussen.
Maar de torenwachter had nog een taak te doen. Omdat de brandweerlui zouden weten waar ze moesten blussen, moest hij terug naar boven klimmen om daar met een brandende fakkel de richting aan te duiden waar het brandde.
Het spreekt voor zich, dat ondanks de goede zorgen van de torenwachter, toch te veel kostbare tijd verloren ging, en er regelmatig ganse huizenblokken afbrandden. Tot op vandaag zijn er nog steeds twee torenwachters actief. Het geeft de mensen een veilig gevoel om te weten dat er ‘iemand de wacht houdt’. De torenwachters van nu zijn stadsambtenaars en zijn enkel op de toren als de beiaard speelt en voor onderhoudswerken.

Top

De klokken

De 57 klokken aanwezig in de toren kunnen opgesplitst worden in twee groepen : de 8 luidklokken en de 47 anderen, behorende tot de stadsbeiaard en de halfuur klok Anne en de uurklok Lynn die ook deel uitmaken van de beiaard.

De oudste klok werd in 1459 gegoten door de gebroeders Hoerken, ze werd genaamd naar de beschermengel Gabriël. Ze weegt 6 ton en is de basisklok van de stadsbeiaard. Gabriel was eeuwenlang de stormklok. In een ordonnantie van 1622 werd bevolen dat na het luiden van de stormklok alle weerbare mannen zich op de markt moesten verzamelen op straffe van een boete van niet minder dan 6 gulden. Bovendien moest iedereen, niemand uitgezonderd, bij een nachtelijke oproep een lantaarn of een ander licht buiten aan zijn huis aanbrengen, tevens op een straffe van een boete van 6 gulden. Haar opdracht staat tevens ook in het brons van de klok zelf gegoten : “Haer geluyt hoert men in elck syde sy clept van brande sy luyt ten stride.”

De klok Maria, bijna 5 ton, werd door dezelfde broers in hetzelfde jaar gegoten. Deze doet dienst als gewone luidklok. Ze is versierd met een afbeelding van Jezus en een Onze-Lieve-Vrouwebeeld.

Ter ere van keizer Karel de vijfde werd de zwaarste klok, Carolus, gegoten in 1507. Ze weegt 6434 kilogram en werd onder grote belangstelling gegoten op het Groen Kerkhof (de huidige Groenplaats). Dit is de enige klok in de toren die niet gewijd is, vandaar de naam van de keizer en niet die van een heilige. Oorspronkelijk was ze de uurklok en alarmklok bij oorlog, dievenalarm en brand. Tot op vandaag wordt Carolus geluid bij feestelijkheden in de stad, bijvoorbeeld bij de blijde intrede van prins Filip en prinses Mathilde of bij bezoeken van buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders.

In 1563 werd in Doornik Thomas gegoten die bijna 4 ton weegt. Ze is versierd met een Antwerps handje. Dit is momenteel de klok die geluid wordt om de kerkdiensten aan te kondigen.

De do-klok weegt 1900 kilogram en werd in 1655 gegoten door de gebroeders Hemony in opdracht van bisschop Ambrosio Capello. Deze wordt do-klok genoemd alhoewel dit niet in overeenstemming is met haar werkelijke toon. De do-klok wordt geluid bij begrafenissen, soms samen met de klok Maria, afhankelijk van hoeveel men betaalt voor de uitvaart.

De grote en de kleine lofklok werden tevens door de gebroeders Hemony gegoten in 1655. Ze wegen respectievelijk 1650 en 1400 kilogram en hadden als doel het zondagnamiddag gebed, het Lof, aan te kondigen.

In 1957 werden twee Angelusklokjes, 600 en 450 kilogram, toegevoegd bij de luidklokken. Ze waren een geschenk van Hoogstraten omdat Hoogstraten de oude beiaard van Antwerpen heeft gekregen. Hun oorspronkelijke functie was het aankondigden van het Angelus, het middaggebed. Momenteel worden ze niet meer gebruikt.

De oudste manier om een klok geluid te laten voortbrengen is het luiden van de klok. Dit wil zeggen dat de klok zelf heen en weer gaande bewegingen maakt. Het geluid is heel kenmerkend door de lange nagalm. Om te kunnen luiden moesten de klokken opgehangen worden rond een as. Bij kleinere klokken was een touw verbonden met een hendel aan de klok zodat deze zo kon geluid worden. Om het gewicht van een zware klok te verdelen werd een groot luidwiel aangebracht waarover een touw gespannen was. De zeer lange touwen gingen door de 4 verdiepingen van de toren tot beneden. Door de lengte van het touw was de kracht die men moest zetten vele kleiner (last x lastarm = macht x machtarm). Zo werd bijvoorbeeld in 1723 beschreven dat er 16 mannen nodig waren om Carolus te luiden. Nu worden de luidklokken via een riem over het wiel automatisch aangedreven.

Top

De beiaard

De stadsbeiaard is een volledige Hemony-beiaard. Dit wil zeggen dat ze uit 49 klokken bestaat, 46 beiaardklokken plus Gabriël en dan nog de uur- en halfuur-klok. Deze laatste twee zijn geschonken door BASF om de vier octaven van de beiaard te vervolledigen.

Om een beiaard te bespelen wordt een klok niet geluid maar wordt de klepel tegen de klok getrokken. Hiertoe is aan de klepel een oog bevestigd waaraan een kabel zit die met het klavier van de beiaard verbonden is.

Naast het manueel bespelen van de beiaard door Geert d’Hollander, Antwerps stadsbeiaardier, en gastspelers zoals Liesbeth Janssens, zijn de beiaardklokken ook verbonden aan een automatische trommel. De functies van de automatische trommel maken deel uit van het uurwerk en hoorbare tijdsaanduidingen.

Deze automatische trommel werkt als een grote muziekdoos. In de trommel zitten 8160 gaatjes waarin stiften kunnen gestoken worden. Bij het draaien van de trommel drukken de stiften tegen hefbomen die de klokken in werking stellen. Zo vervangt zij het klavier van de beiaard. Om andere melodieën te bekomen, moeten de stiften in de trommel verstoken worden. Voor de 19de eeuw gebeurde dit slechts 12 maal. Tegenwoordig gebeurt dit meestal jaarlijks in de periode voor Pasen. Het versteken van de ganse trommel is een hele onderneming en duurt één à twee weken. Eerst moeten alle stiften losgeschroefd worden, waarvoor de torenwachter in de trommel moet kruipen. Nadat alle stiften en moeren verwijderd zijn, wordt het geheel gereinigd. Daarna steekt de beiaardier, aan de hand van een partituur de nieuwe melodie en de torenwachters schroeven binnen in de trommel alle stiftjes vast.

Om de kalme maandagavond van de horeca en het toerisme wat op te krikken werd er enkele decennia geleden gestart met beiaardconcerten. Tussen 12 en 13 uur op maandag, woensdag en vrijdag en in de zomer op maandagavond zijn er beiaardconcerten. Omdat de beiaard eigendom is van de stad en niet van de kerk is het wereldse muziek die over de stad klinkt. Deze concerten zijn bij de Antwerpenaren en zelfs tot ver buiten de stad zeer bekend en geliefd. Elke maandagavond in de zomer verzamelen er meer dan 1000 mensen om te genieten van de beiaardier zijn kunnen.

Top

Het uurwerk

Lange tijd waren twee zonnewijzers de enige tijdsaanduidingen aan de Onze-Lieve-Vrouwetoren. Omwille van het bewolkte klimaat in België werd de Onze-Lieve-Vrouwetoren in 1865 uitgerust met een uurwerk met twee wijzerplaten, één aan de kant van de Suikerrui en één aan de kant van de Lange Nieuwstraat. De originele wijzerplaten waren in hout en hadden slechts één wijzer, de kleine, voor het aanduiden van de uren. Doordat de uurwerken slechts één wijzer hadden was het niet mogelijk om de tijd nauwkeurig af te lezen. In een periode waarin het uurwerk van de kathedraal de enige tijdsaanduiding was voor het volk werd dit gretig als excuus gebruikt door studenten die een kwartier te laat in de les kwamen, het ‘academisch kwartiertje’ was geboren!

Het uurwerk van de Onze-Lieve-Vrouwetoren was te vergelijken met een grote staande klok. Om de 24 uur moesten de contragewichten weer omhoog getrokken worden. Deze contragewichten liepen in een 40 meter diepe houten koker van boven tot onder door de toren. De houten koker was noodzakelijk omdat anders bij storm of hevige wind de 1400 kilo wegende gewichten in het rond zouden draaien en zo grote schade kunnen berokkenen.

Momenteel wordt dit kloksysteem niet meer gebruikt. Het is nog wel steeds aanwezig maar de functies zijn overgenomen door een computer die gesynchroniseerd is met de atoomklok in Duitsland. Deze computer nam aanvankelijk niet alle taken over. Hij stond enkel in voor de beweging van de wijzers. De hoorbare tijdsaanduidingen werden geregeld door een kleiner uurwerk dat zich in het hoogst gelegen bureel van Antwerpen bevindt, dat van de torenwachter. Sinds 1990 is ook deze functie overgenomen door de computer. Voor de Antwerpenaars is het dus altijd mogelijk de juiste tijd te weten. De wijzers kunnen blokkeren, maar het slaan van de uren werkt altijd correct.

Momenteel zijn er aan de elke zijde van de toren op een hoogte van ongeveer 65 meter wijzerplaten van het huidige uurwerk aangebracht. Om de leesbaarheid voor zoveel mogelijk mensen te vergroten hebben de wijzerplaten een diameter van 6,9 meter. Elk cijfer heeft een hoogte van 1 meter 30 cm.
De twee wijzers zijn bijna even lang, de kleine wijzer meet 3,6 meter (2,7 meter zonder contragewicht), en de grote 3,9 meter (2,6 meter zonder contragewicht). Ze wegen respectlieflijk 113 en 87 kg. De kleinste wijzer is de zwaarste, omdat die een cirkelvormige versiering heeft, waarin meer brons verwerkt is. De wijzerplaten zijn heel goed zichtbaar omdat ze verguld zijn. Dit is een heel dun laagje bladgoud dat aangebracht is aan de zichtbare zijde langs de stadskanten. Dus niet aan de binnenzijde die tegen de toren aankomt.
In de toren hangen twee klokken die instaan om het uur aan te geven : de uurklok Ann en de halfuurklok Lynn. Deze twee klokken werden in 1990 geschonken door het chemisch bedrijf BASF bij hun 25ste verjaardag in de haven van Antwerpen. BASF = Badische Anniline und Soda Fabrik, vandaar de namen Ann en Lynn. Het aantal ‘slagen’ wordt door een hamertje aan de buitenzijde van de klok letterlijk aangeslagen. Omdat de twee klokken verschillen in grote en gewicht, is ook hun klank verschillend. De halfuurklok klinkt heel wat fijner dan de zwaardere uurklok. Zo kon men vroeger, toen men enkel de klok van de toren had als tijdsaanduiding, toch het juiste uur kennen.
Het uurwerk is verbonden met de automatische speeltrommel van de beiaard. Dit was zeker vroeger heel belangrijk, toen de mensen nog geen polshorloge droegen. Omdat de mensen tijdens hun werk eventjes alert zouden zijn bij het slaan van de klok, werd via een kort melodietje op de automatische trommel hun aandacht getrokken. Als een soort verwittiging : ‘ Pas op, ik ga zeggen hoe laat het is. . . ’ Na het automatische spel geeft dan de uurklok het juiste aantal slagen. Voor het aangeven van het halfuur geldt hetzelfde systeem, alleen is dan het melodietje anders en luidt de halfuurklok het aantal slagen. De periode van een halfuur was te lang en dus kwamen er ook tussenin nog tijdsaanduidingen. Via de automatische speeltrommel van de beiaard wordt er per 7,5 minuut een kort melodietje gespeeld.
Dus om 7,5 minuut na het uur, speelt een heel kort melodietje. Op 15 minuten, is het melodietje drie keer zo lang. Op 22,5 minuten na het uur een volgend kort melodietje. Als het bijna het half uur is, komt er eerst een melodie van de automatische trommel van de beiaard, dit was in 2003 bijvoorbeeld het ‘Wilhelmus’,als verwittiging, waarna het aantal slagen van de halfuurklok. Voor het volgende halfuur geldt een gelijkaardig verloop, maar de deuntjes variëren. Zo kan een geoefend luisteraar in Antwerpen steeds de juiste tijd kennen.
Misschien is het verwonderlijk dat in een Vlaamse stad het Nederlandse volkslied gespeeld wordt. Voor wie de geschiedenis van Antwerpen kent, is dit echter heel begrijpelijk. Het Wilhelmus werd immers gedicht door Marnix Van Sint Aldegonde, goede vriend van Willem van Oranje en burgemeester van Antwerpen. Dus hier is het als eerbetoon aan een vroegere burgemeester -toondichter.

Top

De vlaggen

Bovenop de toren, 123 meter boven de begane grond, wapperen af en toe de vlaggen. Bij feestelijke gelegenheden gaat men niet enkel het stadhuis, maar ook de stadstoren bevlaggen. Ook dit is een taak van de torenwachter. 615 trappen hoog, de laatste slechts op een ijzeren ladder moet hij de vlaggen van 3X4 meter uithangen. Meestal zijn het de Belgische tricolore, de Belgische Leeuw (met rode klauwen) en de Europese vlag. Soms wordt deze laatste vervangen door de Antwerpse tweekleur (rood en wit).
Aan de vlag kan men aflezen wat soort feestelijkheden er zijn. Bij de nationale feestdag worden de Belgische driekleur, de Belgische Leeuw en de Antwerpse vlag uitgehangen. De Antwerpse omdat het op de feestdag van de natie weinig gepast zou zijn om de Europese vlag te hangen. Bij een officieel stadsbezoek van de Belgische koning wordt de kathedraal ook gesierd met een 12 meter lange tricolore wimpel die over de gewone Belgische vlag gehangen wordt. De laatste keer dat men deze wimpel uitgehangen heeft was bij het officiële bezoek van koning Albert II aan Antwerpen naar aanleiding van zijn troonsbestijging in 1994.
Indien de vlaggen halfstok hangen, is dit steeds een slechte tijding. Dat betekent rouw.
De vlaggen mogen niet willekeurig aan de vlaggenstokken gehangen worden, maar hebben een vaste plaats. Altijd de Belgische tricolore in het midden, de Belgische Leeuw links en de Antwerpse rood - witte vlag rechts.
Het hangen van de vlaggen is niet zonder risico, op de grote hoogte vangt de vlag, 12 m² oppervlakte, veel wind. Het is niet simpel om de vlag juist te kunnen plaatsen. Er zijn ook duidelijke veiligheidsvoorschriften, zoals het zich verankeren met bergbeklimmeralaam. Dit is geen overroepen maatregel als je de hoogte en de grootte van de vlaggen beschouwd.

Top

Andere vormen van communicatie

Nog een andere communicatie die uitgaat vanuit de Onze-Lieve-Vrouwetoren is de het aanduiden van de windrichting door middel van de windhaan op het uiterste topje van de toren. Deze is 90 centimeter hoog en 1 meter 20 lang. Zijn gewicht bedraagt 33 kg. De windhaan is in staat om het gewicht van een volwassen man te dragen, zoals in het verleden al bewezen is door waaghalzen.

De kathedraaltoren werd in het verleden ook wel eens betrokken in stunts om aandacht te trekken of om eisen wat kracht bij te zetten. Zo is er ooit een koppeltje van de toren gesprongen omdat ze geen toestemming kregen om te trouwen. Anderen hebben een groot spandoek opgehangen aan de toren en tijdens de nacht van 30/11 – 1/12/2002, is de volledige toren in een groen licht gezet als strijdteken tegen de doodstraf.

De Onze-Lieve-Vrouwetoren wordt ook dikwijls gebruikt als oriëntatiepunt in Antwerpen. Vroeger nog meer dan nu spreken mensen vaak af ‘onder den toren’.

Ook gebruiken veel bedrijven de afbeelding van de kathedraaltoren om hun band met Antwerpen duidelijk te maken. Daarop maak ikzelf helemaal geen uitzondering.

Top

Liefdesverklaring aan de Onze-Lieve-Vrouwetoren

De eerste Antwerpse stadsdichter, Tom Lanoye, heeft tijdens het ABC boekenjaar 2004 voor een prachtige stunt gezorgd. Hij heeft onderstaand gedicht geschreven, een liefdesverklaring van de plompe boerentoren aan de ranke Onze-Lieve-Vrouwetoren. Dit gedicht heeft bijna een jaar op een groot spandoek aan de boerentoren gehangen. Tijdens een slotmanifestatie heeft de Onze-Lieve-Vrouwetoren bij monde van de Antwerpse zangeres La Esterella, eindelijk een antwoord gegeven, helaas… geen happy end, de liefde was niet wederzijds.

WAAROM VERTOEF IK PLOMP
VERLOREN HOEKIG IN UW RANKE SCHADUWKANT
UW BRODERIE VAN STEEN
ALS TOREN U TE MIN
ALS MINNAAR U TE JONG

VERLEENT MIJ DESALNIETTEMIN
NIET NET HET LOGGE AAN
DE SIER VAN SCHOONHEID
ZIN IS HET LOGGE SOMS NIET
TOT BEWONDEREN VAN VERFIJNING MEEST GESCHIKT

ZIJN NIET ZODOENDE U EN IK
_DAT STOMP GEBOREN
VIERKANT VAN GEWIN
DOE STROEVE BOER
VERSTOMD DOOR UW VERSCHIJNING_
TOCH TOT ELKANDER VOORBESCHIKT

AANVAARDT MIJ NEEMT MIJ
ZIET MIJ STAAN BEGINT MET
MIJ ZO DAG ZO NACHT
UW PRACHT VAN VOOR AF AAN
OH KIJK DAN HOUDT VAN MIJ
BEZWIJKT HOUDT U NIET IN

Top